"Racing is te taai om naar de haaien te gaan"
In augustus van dit jaar werden Piet den Boer en Luc Leys, respectievelijk KV- en Racingcoryfee, ambassadeur van Mechelse Hattrick, het sociaal project dat ontstond in de schoot van de twee Mechelse voetbalrivalen. “Een hartverwarmend initiatief,” klinkt het enkele maanden later.
Luc Leys voetbalde elf seizoenen voor Racing Mechelen, en wordt er ook nu nog op handen gedragen. Onlogisch is het dus niet dat hij werd aangezocht als gezicht van Mechelse Hattrick, het project dat de sociale component van het Mechelse voetbal wil aandikken. Toch was een en ander niet zo evident: Leys nam zijn functie op toen hij net hersteld was van een agressieve kanker. “Ondertussen voel ik me nog altijd zo fit als een hoentje,” vertelt hij. “Ik functioneer weer helemaal, voel me goed. Maar volgende week moet ik weer op controle in het ziekenhuis: toch altijd weer een dagje van spanning en onrust.”
Het kostte geen enkele moeite om Leys warm te krijgen voor Mechelse Hattrick. “Dat sociale is voor mij altijd de basis van voetbal geweest. En het zijn ook stuk voor stuk nuttige projecten. Ik maakte het gedetineerdentornooi in de Mechelse gevangenis mee: hartverwarmend. Samen met Piet probeer ik nu ook een nationaal tornooi voor voetballers met een handicap op poten te zetten – ook iets waar ik helaal achtersta. En we stomen in het Mechelse een homeless team klaar: een ploeg dak- en thuislozen. Henk Van Nieuwenhove, de coördinator van Mechelse Hattrick (en oud-journalist van deze krant, red.) is echt op een fantastische manier met al die initiatieven bezig. Ik ben trots dat ik af en toe mijn steentje mag bijdragen.”
Leys heeft er ondertussen een extra verantwoordelijkheid bij. Want zijn club is in stormachtig vaarwater beland: het samenwerkingsakkoord met een Mexicaanse voetbalschool leverde Racing Mechelen tot nog toe louter ellende op. Het trotse stamnummer 24 was een potsierlijke soap geworden, tot Leys werd gevraagd om… er trainer te worden. “Ik heb niet getwijfeld. Racing, dat is mijn clubje: als ze je daar nodig hebben, dan hap je toe. Ik doe m’n uiterste best om de ploeg uit de degradatiezone te leiden. Dat is niet evident, want die samenwerking bracht te weinig kwaliteit. Maar ik ben nooit een man van het conflictmodel geweest, en dus blaas ik de boel niet op. Liever zeg ik: laten we aan één zeel trekken, en samen naar dat ene doel werken. Racing is te taai om zomaar naar de haaien te gaan. Het is even doorbijten, en dan worden we heus wel weer de charmante volksclub die we altijd geweest zijn.”
Jeroen Maris
Bron: Gazet van Antwerpen
Luc Leys voetbalde elf seizoenen voor Racing Mechelen, en wordt er ook nu nog op handen gedragen. Onlogisch is het dus niet dat hij werd aangezocht als gezicht van Mechelse Hattrick, het project dat de sociale component van het Mechelse voetbal wil aandikken. Toch was een en ander niet zo evident: Leys nam zijn functie op toen hij net hersteld was van een agressieve kanker. “Ondertussen voel ik me nog altijd zo fit als een hoentje,” vertelt hij. “Ik functioneer weer helemaal, voel me goed. Maar volgende week moet ik weer op controle in het ziekenhuis: toch altijd weer een dagje van spanning en onrust.”
Het kostte geen enkele moeite om Leys warm te krijgen voor Mechelse Hattrick. “Dat sociale is voor mij altijd de basis van voetbal geweest. En het zijn ook stuk voor stuk nuttige projecten. Ik maakte het gedetineerdentornooi in de Mechelse gevangenis mee: hartverwarmend. Samen met Piet probeer ik nu ook een nationaal tornooi voor voetballers met een handicap op poten te zetten – ook iets waar ik helaal achtersta. En we stomen in het Mechelse een homeless team klaar: een ploeg dak- en thuislozen. Henk Van Nieuwenhove, de coördinator van Mechelse Hattrick (en oud-journalist van deze krant, red.) is echt op een fantastische manier met al die initiatieven bezig. Ik ben trots dat ik af en toe mijn steentje mag bijdragen.”
Leys heeft er ondertussen een extra verantwoordelijkheid bij. Want zijn club is in stormachtig vaarwater beland: het samenwerkingsakkoord met een Mexicaanse voetbalschool leverde Racing Mechelen tot nog toe louter ellende op. Het trotse stamnummer 24 was een potsierlijke soap geworden, tot Leys werd gevraagd om… er trainer te worden. “Ik heb niet getwijfeld. Racing, dat is mijn clubje: als ze je daar nodig hebben, dan hap je toe. Ik doe m’n uiterste best om de ploeg uit de degradatiezone te leiden. Dat is niet evident, want die samenwerking bracht te weinig kwaliteit. Maar ik ben nooit een man van het conflictmodel geweest, en dus blaas ik de boel niet op. Liever zeg ik: laten we aan één zeel trekken, en samen naar dat ene doel werken. Racing is te taai om zomaar naar de haaien te gaan. Het is even doorbijten, en dan worden we heus wel weer de charmante volksclub die we altijd geweest zijn.”
Jeroen Maris
Bron: Gazet van Antwerpen